• Onweer

    Onweer in de lucht, onweer op mijn gezicht, Bram mijn held.

    Tuurlijk is het leuk, als je wint, dat schrijft wat makkelijker, maar verliezen hoort ook bij de sport en dan moet je je niet verstoppen als razende reporter, dat is de gemakkelijke weg en zou flauw zijn. Tot op heden verloopt het.seizoen voor beide junioren teams van de Centrals boven verwachting, er wordt prima honkbal op de mat gelegd, afgelopen zondag volgde er een domper voor het 2e, wat achteraf niet nodig was geweest. De coach was op vakantie en er was enige miscommunicatie ontstaan wie er moest pitchen, de captain, die denk ik nog nooit gepitcht had, nam de verantwoordelijkheid op zich en ik als enige ouder besloot me er verre van te houden. Ik telde de koppen en kwam niet verder dan 8....jemig, wat nu, nu ken ik een mannetje, die je desnoods 's nachts om 4 uur wakker kan maken voor een potje baseball en 3 kwartier later stond Bram Smit met zijn moeder Esther Smit-Bos op het prachtige HCAW complex, onder luid applaus van zijn medespelers, GEWELDIG BRAMMETJE EN ESTHER. Ik zal het niet hebben over onze gegooide innings, de eerste duurde liefst 3 kwartier, ik hou het bij het positieve. Aan slag waren we meesterlijk, alle boys hadden minimaal een honkslag en scoorden allemaal een run, Joep kreeg een enorme pofferd op zijn enkel, maar verbeet de pijn, liefst 14 punten in 2 innings, want de coach van de tegenstander wist mij exact te vertellen, dat onze pitcher 87 ballen had gegooid in de 1e inning, maar onze punten bijhouden, daar zou hij wel eens een foutje kunnen hebben gemaakt. Nu was het een alleraardigste baas, dus ik ging er niet over in discussie, 12 dan maar ook goed. De boys die er waren, deden hun stinkende best en deden er ook niet moeilijk over, toen de wedstrijd bij de eerste klap uit de lucht, zijnde onweer, werd gestaakt. Mijn gezicht stond ook op onweer, maar ik kon er niks meer aan veranderen, gelukkig is het iedereen duidelijk geworden, dat de communicatie onderling beter moet. As dinsdag weer tegen HCAW en dan weet ik nu al, dat de mannen gaan vlammen. En nu als de bliksem, wat toepasselijk, naar huis om Max te zien vlammen.